ECLI:NL:CRVB:2006:AX9004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep wegens appelverbod in bestuursrechtelijke zaak UWV
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht waarin haar verzet ongegrond werd verklaard. De Centrale Raad van Beroep moest beoordelen of het hoger beroep ontvankelijk was.
Volgens artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet kan tegen uitspraken als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, Awb geen hoger beroep worden ingesteld. De aangevallen uitspraak valt onder deze categorie, waardoor het hoger beroep in principe niet ontvankelijk is.
De Raad overwoog dat alleen bij evidente schending van fundamentele rechtsbeginselen of de procesorde het appelverbod kan worden doorbroken. Appellante voerde onder meer bezwaren aan tegen de bedrijfsvoering van het UWV, maar dit vormde geen grond voor een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro. Er waren geen feiten of omstandigheden die een uitzondering op het appelverbod rechtvaardigden.
Daarom verklaarde de Raad zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en handhaafde het appelverbod. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 juni 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens het appelverbod.