ECLI:NL:CRVB:2009:BI6874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, appelverbod bevestigd
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering te beëindigen omdat zij geschikt werd geacht tot arbeid. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn van twee weken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het verzet tegen deze uitspraak ook ongegrond, waarbij werd overwogen dat het ontbreken van een adres in de rechtsmiddelenclausule geen verschoonbare reden voor termijnoverschrijding oplevert.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de onvolledige rechtsmiddelenverwijzing tot onzorgvuldigheid leidde en de termijnoverschrijding daarom verschoonbaar was. De Centrale Raad oordeelde echter dat tegen uitspraken van de rechtbank op grond van artikel 8:55, vijfde lid, Awb geen hoger beroep mogelijk is, tenzij sprake is van evidente schending van fundamentele rechtsbeginselen.
De Raad vond geen sprake van een dergelijke uitzondering en verklaarde zich onbevoegd. De inhoudelijke beoordeling van de rechtbank over de termijnoverschrijding blijft buiten beschouwing. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens appelverbod en wijst het hoger beroep af.