ECLI:NL:CRVB:2006:AX8498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens onvoldoende informatie over hennepkwekerij en financiële situatie
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering die meerdere malen tijdelijk werd ingetrokken vanwege de ontdekking van hennepkwekerijen en een hennepdrogerij in hun woningen. Na de vondst van een hennepdrogerij in een woonwagen op 6 januari 2004, schortte het College het recht op bijstand op en verzocht appellanten om nadere financiële gegevens te overleggen.
Appellanten voldeden niet aan deze inlichtingenverplichting, waardoor het College het recht op bijstand beëindigde per 6 januari 2004. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar van appellanten tegen deze beëindiging ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellanten ernstig tekort waren geschoten in hun informatieplicht door het niet melden van de hennepdrogerij en het niet verstrekken van concrete, verifieerbare gegevens over hun inkomen en vermogen. Ondanks het argument dat de woonwagen niet feitelijk werd bewoond door appellant, bleef hij als eigenaar verantwoordelijk.
Gezien de herhaalde exploitatie van hennepkwekerijen en de beperkte opnames van bankrekeningen na de laatste ontdekking, vermoedde het College dat appellanten meer inkomsten en vermogen hadden dan opgegeven. De Raad bevestigde daarom de beëindiging van de bijstandsuitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende informatie en niet-melding van hennepdrogerij.