ECLI:NL:CRVB:2006:AX8384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding terugvordering onverschuldigd betaalde bijstand
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht waarin het beroep tegen het besluit van 13 januari 2004 tot afwijzing van haar verzoek om kwijtschelding van een terugvordering van onverschuldigd betaalde bijstand ongegrond werd verklaard.
De terugvordering is gebaseerd op verwijtbaar gedrag, namelijk het niet melden van inkomsten uit werkzaamheden naast de bijstandsuitkering in de periodes van 1992 en 1994. De Raad oordeelt dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 78c van de Algemene bijstandswet (Abw) die kwijtschelding mogelijk maken.
Het gemeentelijke beleid blijft onbesproken omdat de wet zelf de bevoegdheid tot kwijtschelding beperkt. Een beroep op dringende redenen wordt verworpen omdat artikel 78c een afwijkende, specifieke regeling is voor kwijtschelding. De Raad verwijst naar een eerdere beschikking van de kantonrechter waarin is bepaald dat appellante de schuld moet voldoen.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de terugvordering van onverschuldigd betaalde bijstand wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.