ECLI:NL:CRVB:2006:AW1823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar binnen proeftijd wegens onvoldoende functioneren
De zaak betreft het hoger beroep van het bestuur van de rechtbank Amsterdam tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het ontslag van een ambtenaar binnen de proeftijd onterecht achtte. De ambtenaar was aangesteld met een proeftijd van maximaal twee jaar en werd ontslagen wegens onvoldoende functioneren.
De rechtbank had het beroep van de ambtenaar gegrond verklaard omdat zij vond dat de ambtenaar onvoldoende tijd en begeleiding had gekregen om zich te bewijzen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de ambtenaar vanaf het moment dat zij in haar werkomgeving aan de slag ging intensief is begeleid en dat zij ondanks deze begeleiding niet in staat was de basistaken naar behoren uit te voeren.
De Raad stelt vast dat de ambtenaar onder meer facturen niet correct verwerkte, het administratieve kaartsysteem verwarde en adviezen onvoldoende opvolgde. Gezien haar opleiding op hbo-niveau had zij de basistaken binnen enkele maanden moeten beheersen. De Raad oordeelt dat het bestuur in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat de ambtenaar niet aan de redelijkerwijs te stellen eisen voldeed en ook niet binnen afzienbare tijd zou kunnen voldoen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het ontslagbesluit. Tevens wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het ontslag van de ambtenaar binnen de proeftijd wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.