ECLI:NL:CRVB:2006:AV9371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota en boetenota over betaald verlof en loonopgave volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
Appellante stelde beroep in tegen een correctienota en boetenota opgelegd door het UWV over de jaren 1999 tot en met 2001, waarbij de loonwaarde van opgespaard betaald verlof als premieloon werd aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het recht op betaald verlof onder de regeling van appellante een aanspraak vormt als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). Hierdoor behoort de loonwaarde van het opgespaarde verlof tot het premieloon. De vergelijking met gewoon verlof werd verworpen omdat bij gewoon verlof geen loon hoeft te worden ingebracht.
Verder stelde appellante dat het aantal premiedagen zou worden overschreden en dat er geen premienadeel was, maar de Raad verwierp deze argumenten. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen eerdere vergelijkbare regeling was beoordeeld door het UWV.
Met betrekking tot de boetenota’s stelde de Raad dat appellante grove schuld had omdat zij naliet informatie in te winnen bij twijfel over loonopgave. Het feit dat appellante uit eigen beweging premies over aandelenopties aangaf, leidde niet tot matiging van de boetes. Het evenredigheidsbeginsel bood ook geen grond voor verlaging.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de correctienota en boetenota en verklaart het beroep van appellante ongegrond.