1 De CAO zelf spreekt van onbetaald verlof. Ik neem aan dat het woord onbetaald is gebruikt omdat de werkgever in de verlofperiode te zijnen laste geen betaling aan de werknemer doet. De werknemer neemt dan zijn spaartegoed op, en voor de belasting- en premieheffing geldt deze opname als loon; daarom staat hier: betaald verlof.
2 Zie de pleitaantekeningen van het UWV voor de Centrale Raad van Beroep, bladzijde 3
3 Uit de gedingstukken, zie bijvoorbeeld het proces-verbaal van de mondelinge behandeling door de Centrale Raad van Beroep en de overgelegde CAO, blijkt dat er per werknemer een tegoed wordt geadministreerd; ik veronderstel dat over dit tegoed geen rente is bedongen, omdat partijen anders geen geschil over het begrip aanspraak op uitkeringen zouden hebben gehad.
4 LJN AV9371, ook gepubliceerd in USZ 2006/153.
5 De CSV is met ingang van 1 januari 2006 ingetrokken. Dit is geregeld in artikel 4.1, lid 3, van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen. Per die datum is de Wet financiering sociale verzekeringen in werking getreden.
6 HR 4 november 1953, nr. 11 430, BNB 1953/337, HR 12 oktober 1955, 12 538, BNB 1955/360, HR 2 december 1964, nr. 15 269, BNB 1965/27 en HR 27 juni 1973, nr. 83, BNB 1974/130 (inzake de premieheffing werknemersverzekeringen).
7 Met ingang van 1 januari 2006 is de marge van 10 percent vervallen.
8 Bijvoegsel Handelingen I 1993/94, nr. 13, blz. 833.
9 Op deze variant van een recht op betaald verlof zal ik verder niet ingaan.
10 Tijdens het verlof betaalt de werkgever niets te zijnen laste; er is in die zin onbetaald verlof.
11 In dezelfde zin: de algemene toelichting op de wijziging van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, Sts.crt. 13 juni 2001, nr. 111.
12 Artikel 10, lid 3 van de Wet LB 1964 en artikel 4, lid 3 van de CVS bestempelen dan ook alleen het recht op geheel of gedeeltelijk betaald verlof tot aanspraak
13 Kamerstukken II 1998/99, 26447, nr. 2; ook wel aangeduid als de Nota 'Arbeid en zorg'.
14 Wet van 14 december 2000 tot wijziging van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, de Natuurschoonwet 1928, de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Coördinatiewet Sociale Verzekering, Stb. 2000, 551. Volgens artikel X van de Wet treedt zij in werking op de dag na datum van de uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst. De Wet is geplaatst in Stb. 2000, 551 van 27 december 2000.
15 Kamerstukken II 1999/00, 26 941, nr. 3, blz. 11.
16 Kamerstukken II 1999/00, 26 941, nr. 6, blz. 3.
17 In het eerst genoemde arrest komen rechten op vakantietoeslag niet uitdrukkelijk aan de orde; in het tweede arrest wordt wel van deze rechten gezegd dat ze geen aanspraken zijn.
18 CRvB 19 juni 2003, nrs. 00/4654, 00/4713, 00/4716 en 00/4718 CSV, RSV 2003/254.
19 Kamerstukken II 1999/00, 26 941, nr. 5, blz. 21.
20 J.E.A.M. van Dijck, Verlofsparen, WFR 2001/1391.
21 P. Kavelaars, Loonheffingen, Kluwer, Deventer, 1996, blz. 296.
22 P.H. Eenhoorn, Wegwijs in de loonbelasting, Koninklijke Vermande 2003, blz. 102.
23 D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, Wijzigingen in de loonbelasting per 1 januari 2001, MBB 2001, nr. 3, blz. 101.
24 E. Platen, Vrij zijn; (Sparen voor) Verlof, Loonbrief 2000/25.
25 E. van Waaijen, Verlofsparen: belaste vrije tijd en de uitzonderingen daarop, Loon 2001/014.
26 Ook het UWV gaat ervan uit dat in 2000 geen aanspraak op een uitkering ontstond wanneer de werknemer zijn verlofdagen doorschoof naar een later jaar; zie blz. 1 van het proces-verbaal van de zitting bij de CRvB.
27 Kamerstukken II 1999/00, 26 941, B, blz. 5-7 en het Nader Rapport, Kamerstukken II, 1999/00, 26 941, B, blz. 7-8.
28 De Raad van State verwijst in zijn advies naar Hoge Raad 16 september 1992, nr. 27 950, BNB 1993/21.
29 Aanvankelijk was het voorgestelde regime inzake verlofsparen opgenomen in het wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen. Bij Tweede nota van wijziging zijn de bepalingen inzake verlofsparen uit voornoemd wetsvoorstel gehaald. De betreffende bepalingen zijn ondergebracht in het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, de Natuurschoonwet 1928, de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Coördinatiewet Sociale Verzekering (ik duid deze aan als het tweede wetsvoorstel). Ik verwijs derhalve naar twee verschillende Nota's naar aanleiding van het verslag van de Tweede Kamer.
30 Kamerstukken II 1999/00, 26 941, nr. 5, blz. 10.
31 Kamerstukken I 2000/01, 27 030, nr. 88b, blz. 9.
32 Kamerstukken II 1998/99, 26 447, nr. 2, blz. 77-78.
33 Kamerstukken II 1999/00, 26 941, nr. B, blz. 6.
34 Kamerstukken II 1999/00, 26 941, nr. 5, blz. 10.
35 Kamerstukken II 1999/00, 26 941, nr. 5, blz. 20.
36 Kamerstukken I 2000/02, 27 030, nr. 88b, blz. 9-10.
37 Kamerstukken I 2000/01, 27 030, nr. 88b.
38 J.E.A.M. van Dijck, Verlofsparen, WFR 2001/1391.
39 E. Platen, Vrij zijn; (Sparen voor) Verlof, Loonbrief 2000/25.
40 E. van Waaijen, Verlofsparen: belaste vrije tijd en de uitzonderingen daarop, Loon 2001/014.
41 A.L. Mertens, Vrijstellingen in de loonbelasting, Kluwer-Deventer, 2004, blz. 112.
42 Gedoeld zal zijn op het geval van onderdeel 12.2.7 van de CAO dat luidt:
"Bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst vindt - indien noodzakelijk - verrekening in geld plaats van het teveel of te weinig genotene."