ECLI:NL:CRVB:2006:AV8584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand wegens ontbreken concreet arbeidsmarktperspectief echtgenoot
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van artikel 39, tweede lid, van de Algemene bijstandswet en de Beleidsregel langdurigheidstoeslag 2003. Deze aanvraag werd door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam afgewezen omdat niet was gebleken dat haar echtgenoot op de peildatum 31 december 2002 in een situatie verkeerde waarin een concreet arbeidsmarktperspectief ontbrak.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante voerde aan dat haar echtgenoot geen concreet arbeidsmarktperspectief had omdat hij de Nederlandse taal nog niet beheerste. De Raad oordeelde echter dat dit onvoldoende was om aan te nemen dat het arbeidsmarktperspectief ontbrak, aangezien er ook arbeid is waarvoor geen kennis van het Nederlands vereist is.
De Raad stelde vast dat de echtgenoot niet voldeed aan de in de Beleidsregel genoemde omstandigheden die het ontbreken van een concreet arbeidsmarktperspectief aannemelijk maken. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigden. Daarom werd de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat de echtgenoot niet voldeed aan het criterium van ontbreken concreet arbeidsmarktperspectief.