ECLI:NL:CRVB:2006:AV8372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstand voor niet-levensvatbaar schildersbedrijf
Appellant vroeg bijstand aan voor algemene noodzakelijke kosten en bedrijfskapitaal voor een te starten schildersbedrijf. Gedaagde wees de aanvraag af omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht, gebaseerd op deskundige adviezen van het IMK. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat de beoordeling moet plaatsvinden op het moment van het primaire besluit (10 januari 2003). De Raad onderschreef de adviezen van het IMK, waarin werd geconcludeerd dat appellant geen binding met de markt had, geen potentiële opdrachtgevers kende, onvoldoende onderbouwde plannen had en een te hoog uurtarief hanteerde. Hierdoor was geen levensvatbaarheid te verwachten.
De Raad verwierp het betoog van appellant dat hij inmiddels aan de eisen voldeed, omdat dit niet relevant was voor de situatie ten tijde van het besluit. Ook werd niet ingegaan op eerdere procedures over een voorbereidingsperiode. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstand voor het te starten schildersbedrijf wordt afgewezen wegens het ontbreken van levensvatbaarheid op het moment van het primaire besluit.