ECLI:NL:CRVB:2006:AV8355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en bezit onroerend goed in het buitenland
Appellant ontving bijstand van december 1998 tot februari 2001. Naar aanleiding van een vermoeden dat appellant onroerend goed in Spanje bezat, voerde het Bureau Sociale Recherche Regio Friesland-Oost onderzoek uit, waaronder dossieronderzoek en een onderzoek via Interpol in Spaanse registers.
Uit het onderzoek bleek dat appellant samen met zijn echtgenote eigenaar was van onroerend goed in Spanje en beschikte over een Spaanse bankrekening, waarvan appellant gedaagde niet op de hoogte stelde. Dit werd gezien als een schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 65 van Pro de Abw.
De rechtbank wees het beroep van appellant tegen de intrekking van de bijstand en terugvordering af. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, oordelend dat appellant niet had aangetoond dat het onroerend goed niet tot zijn vermogen behoorde en dat daardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Er waren geen dringende redenen om af te wijken van intrekking en terugvordering.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht door het niet melden van onroerend goed in Spanje.