ECLI:NL:CRVB:2006:AV7822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens onvoldoende aantoonbare onderhoudsbijdrage voor in buitenland verblijvend kind
Appellant maakte aanspraak op kinderbijslag voor zijn in Marokko verblijvende zoon Abdelaziz. De Sociale verzekeringsbank (SVB) stelde dat appellant niet had aangetoond dat hij in belangrijke mate bijdroeg aan het onderhoud van het kind, zoals vereist sinds beleidswijziging per 1 januari 2001.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de weigering van kinderbijslag over het eerste, tweede en derde kwartaal van 2002. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit op bezwaar verder ging dan het primaire besluit en dat hij wel degelijk onderhoudsbijdragen had geleverd.
De Raad oordeelde dat het besluit over het tweede en derde kwartaal onterecht als bezwaarbesluit werd genomen en verklaarde het beroep hierover niet-ontvankelijk. Ten aanzien van het eerste kwartaal bevestigde de Raad dat appellant onvoldoende aantoonde dat hij minimaal € 373,- had overgemaakt aan het kind of diens verzorger. Overgemaakte bedragen aan familieleden die niet tot het huishouden behoren, voldeden niet aan de controleerbaarheidseis. De Raad bevestigde het beleid van de SVB en wees het beroep af, terwijl het griffierecht werd vergoed en de SVB werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond; kinderbijslag wordt geweigerd wegens onvoldoende aantoonbare onderhoudsbijdrage.