ECLI:NL:CRVB:2006:AV5880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit hondenfokkerij
Appellant ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een tip over het fokken en verkopen van rashonden is onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid van de bijstandsverlening. Uit het onderzoek bleek dat appellant inkomsten had genoten uit deze activiteiten zonder dit te melden, waardoor het recht op bijstand ten onrechte of te hoog was vastgesteld.
Gedaagde heeft het recht op bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 mei 2002 herzien en ingetrokken en de kosten van bijstand teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de herziening over de periode 1 juli 1997 tot en met 31 december 1997 niet in stand kan blijven vanwege een ondeugdelijke grondslag, omdat de kosten van de hondenfokkerij niet juist waren meegenomen.
Voor de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 mei 2002 is de intrekking van het recht op bijstand terecht, omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten hoger waren dan vastgesteld. Appellant heeft de inlichtingenplicht geschonden door zijn inkomsten niet op te geven. De Raad vernietigt het besluit voor het eerste deel van de periode en beveelt een nieuw besluit, maar bevestigt de intrekking over het latere deel. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering over het eerste deel van de periode wordt vernietigd; de intrekking over de latere periode blijft in stand.