ECLI:NL:CRVB:2006:AV4749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aflossing schuld geldlening gemeente Landgraaf
Appellanten verzochten bijzondere bijstand voor de aflossing van een geldlening verstrekt door de gemeente Landgraaf vanwege een verschuiving van de betaaldatum van hun uitkering. De gemeente wees dit verzoek af, hetgeen door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij ten onrechte de lening hadden afgelost omdat de overeenkomst nietig zou zijn en dat hun financiële situatie slecht was.
De Raad oordeelde dat bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en dat aflossing van een schuld daar niet toe behoort. Bovendien beschikten appellanten ten tijde van het ontstaan van de schuld en tijdens het geding over een bijstandsuitkering waarmee zij in hun noodzakelijke kosten konden voorzien. Er waren geen zeer dringende redenen om hiervan af te wijken.
De Raad verwierp het verweer over de nietigheid van de leningsovereenkomst als niet relevant voor de beoordeling en vond dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij door de aflossing in een financiële noodsituatie waren gekomen. Gezien de geringe hoogte van het openstaande bedrag en de periodieke aflossingen was er geen grond voor bijzondere bijstand. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.