ECLI:NL:CRVB:2006:AV3391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en vermogen
Appellant ontving bijstand vanaf december 1999. Naar aanleiding van politieonderzoek waarbij contant geld en een hennepkwekerij werden aangetroffen, trok het college van burgemeester en wethouders van Culemborg de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens vermoeden van vermogen boven de vermogensgrens en inkomsten uit hennepteelt.
De rechtbank vernietigde het besluit deels wegens onvoldoende onderbouwing van de schending van de inlichtingenverplichting over het vermogen vóór 9 oktober 2001, maar stelde vast dat appellant geen mededeling had gedaan over het toen aangetroffen geldbedrag. Het college nam daarop een nieuw besluit, dat wederom werd aangevochten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit tot intrekking en terugvordering niet berust op een deugdelijke feitelijke grondslag voor de periode vóór 9 oktober 2001 en vernietigt het besluit. De afwijzing van de nieuwe aanvraag om bijstand wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenverplichting. Het hoger beroep tegen het besluit van 17 april 2003 wordt niet-ontvankelijk verklaard. De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het intrekkings- en terugvorderingsbesluit wordt vernietigd en de afwijzing van de nieuwe aanvraag bevestigd.