ECLI:NL:CRVB:2006:AV0802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Herberekening AOW-pensioen bij samenloop met Nieuw-Zeelands pensioen en voorlopige toepassing verdrag
Gedaagde, geboren in 1925 en woonachtig in Nederland, ontvangt sinds 1990 een AOW-pensioen van 60% van het maximale bedrag. Dit pensioen werd herzien vanwege samenloop met een Nieuw-Zeelands pensioen, op grond van een bilateraal verdrag sociale zekerheid tussen Nederland en Nieuw-Zeeland. In 2002 herberekende de Sociale verzekeringsbank het AOW-pensioen van gedaagde, waarbij zij koersschommelingen van de Nieuw-Zeelandse dollar volgens het verdrag buiten beschouwing liet.
Gedaagde stelde dat het Nieuw-Zeelandse pensioen lager was dan door de Sociale verzekeringsbank berekend en verzocht om een herberekening op basis van de daadwerkelijk ontvangen bedragen. De rechtbank Roermond oordeelde dat het verdrag in 2002 nog niet in werking was getreden en vernietigde het bestreden besluit, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het verdrag vanaf 1 augustus 2000 voorlopig van toepassing was en dat de voorlopige toepassing een volkenrechtelijke rechtsbinding creëert. De Raad concludeerde dat de Sociale verzekeringsbank terecht artikel 15, lid 5 van het verdrag toepaste, waarbij koersschommelingen niet leiden tot aanpassing van het pensioenbedrag, mits eenmaal per jaar een herberekening plaatsvindt op basis van de wisselkoerspariteit. De Raad verwierp het beroep van gedaagde en bevestigde de berekeningswijze van appellant.
De Raad wees tevens een vergoeding van proceskosten af en vernietigde het vonnis van de rechtbank, waarbij het hoger beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De herberekening van het AOW-pensioen op basis van het verdrag en de voorlopige toepassing daarvan is rechtmatig verklaard.