ECLI:NL:CRVB:2006:AV0195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellanten ontvingen sinds 1997 een bijstandsuitkering. Bij een politie-inval op 5 oktober 2001 werd een professionele hennepkwekerij aangetroffen bij gedaagden. Gedaagden erkenden de inlichtingenverplichting niet te hebben nagekomen door het telen van hennep niet te melden. Zij stelden dat de kwekerij pas vijf weken voor de inval was gestart en dat er geen inkomsten waren genoten.
De rechtbank had het beroep van gedaagden gegrond verklaard omdat niet was vastgesteld dat zij inkomsten hadden genoten in de periode 31 augustus tot 4 oktober 2001. De Raad oordeelt echter dat gedaagden onvoldoende feiten en bewijs hebben geleverd om aan te tonen dat het recht op bijstand niet herzien mocht worden. De Raad stelt dat de activiteiten een economische waarde vertegenwoordigen en dat het ontbreken van administratie en bewijs voor inkomsten de gevolgen van het bewijsrisico bij gedaagden legt.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Het besluit van appellant om het recht op bijstand over de genoemde periode te herzien en de kosten terug te vorderen is terecht. Gedaagden zijn ook terecht hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de terugbetaling van de ten onrechte ontvangen bijstand.
Uitkomst: Het beroep van gedaagden wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.