ECLI:NL:CRVB:2005:AU6989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens ontbreken herzieningsbesluit
Appellante ontving bijstand in aanvulling op deeltijdwerk. Na ontbinding van haar arbeidsovereenkomst en toekenning van een ontbindingsvergoeding en WW-uitkering, vorderde de gemeente Maastricht ten onrechte teveel betaalde bijstand terug. De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit wegens toepassing van het verkeerde wetsartikel, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De Centrale Raad oordeelt dat het terugvorderingsbesluit niet deugt omdat voorafgaand geen herzieningsbesluit is genomen zoals vereist volgens artikel 81, eerste lid, Abw. De brief van 12 oktober 2001 bevatte geen dergelijk besluit. Hierdoor is de rechtsgevolginstandhouding onterecht.
De Raad stelt dat de ontbindingsvergoeding als inkomen moet worden aangemerkt en correct toegerekend aan de periode na 1 maart 2001. De gemeente moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze correctie. Het verzoek tot vergoeding van kosten wordt afgewezen, maar de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen met correcte toepassing van de wet.