ECLI:NL:CRVB:2005:AU6363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Herziening boete en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet tijdig en onvoldoende informeren over studie
Appellant ontving vanaf maart 1995 bijstand, laatstelijk als alleenstaande ouder. Zijn echtgenote, appellante, had geen recht op bijstand. Appellant was ingeschreven als voltijds student aan de Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR) voor het studiejaar 2000-2001. Gedaagde trok de bijstand per 1 september 2000 in omdat appellant onderwijs volgde en eiste nadere informatie over eerdere studiejaren. Bij besluit werd bijstand over 1998-2000 ingetrokken wegens onvoldoende informatie en werd een terugvordering van bijstandskosten ingesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boeteoplegging aan appellanten. In hoger beroep vernietigt de Raad het besluit tot boeteoplegging aan appellante omdat zij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. De boete aan appellant wordt verlaagd van € 2.269 naar € 1.153,96 conform de lagere sanctie uit de Afstemmingsverordening 2005. De Raad oordeelt dat appellant zijn informatieplicht heeft geschonden en dat de boete terecht is opgelegd.
De Raad veroordeelt gedaagde tot vergoeding van proceskosten aan appellanten en bepaalt dat de gemeente Leidschendam-Voorburg de betaalde griffierechten vergoedt. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 6 juni 2003 wordt vernietigd en herroepen waar het de boete aan appellante betreft.
Uitkomst: De boete aan appellante wordt vernietigd en de boete aan appellant verlaagd tot € 1.153,96 wegens niet tijdig en onvoldoende informeren over zijn studie.