ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetebesluit wegens schending inlichtingenverplichting bij bijstandsuitkering
Appellant ontving bijstand en meldde niet tijdig inkomsten uit arbeid over juni en juli 2003, wat leidde tot intrekking van de bijstandsuitkering en oplegging van een boete. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond, waarbij werd aangenomen dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden doordat hij geen bezwaar maakte tegen het intrekkingsbesluit.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel tijdig had gemeld dat hij werkte en dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de schending van de inlichtingenverplichting vaststond. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij eerder dan september 2003 melding had gedaan, mede omdat het inlichtingenformulier over juni 2003 ontkennend was ingevuld en de brief van 4 juni 2003 pas in november 2003 in het bezit van het College was.
De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het College terecht een boete had opgelegd. Gezien de ernst van de gedraging en het feit dat de bijstand ten onrechte was verleend, was een boete op zijn plaats. De boete van €80,94 werd passend geacht. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De boete van €80,94 wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.