ECLI:NL:CRVB:2005:AU5881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens reserveringsmogelijkheid
Appellant, die sinds 1989 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg op 19 februari 2003 bijzondere bijstand aan voor woninginrichting. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen wees dit af omdat deze kosten als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan worden beschouwd, waarvoor appellant geacht wordt te reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat woninginrichtingskosten incidenteel voorkomen en in principe uit het inkomen of door gespreide betaling moeten worden voldaan. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan bijzondere bijstand worden toegekend, maar die zijn hier niet aannemelijk gemaakt.
Hoewel er een gemeentelijk beleid bestaat dat woninginrichting bij ex-drugsverslaafden als bijzondere kosten kan worden aangemerkt, behoorde appellant niet tot die categorie. Zijn schulden en terugval in verslaving werden als eigen risico beschouwd. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd.