ECLI:NL:CRVB:2005:AU5776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Salarisverhoging werkt niet door in grondslag berekening wachtgeld
Appellant, voormalig ambtenaar bij een centrum, werd per 1 januari 1993 ontslagen en kreeg een wachtgelduitkering toegekend op basis van zijn laatstverdiende salaris. Hij verzocht om correctie van de grondslag voor de berekening van zijn wachtgeld, omdat een salarisverhoging per 1 januari 1998 niet was meegenomen. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de salarisverhoging met terugwerkende kracht in de grondslag moest worden verwerkt, omdat het maximum van schaal 11 als grondslag was gegarandeerd. De Raad overwoog dat het Koninklijk Besluit van 17 december 1997 expliciet bepaalde dat de salarisverhoging niet doorwerkt in uitkeringen zoals wachtgeld. Hierdoor was er geen wettelijke basis voor correctie van het wachtgeld.
De Raad maakte onderscheid tussen de toetsing van het verleden en de toekomst bij duuraanspraken en oordeelde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening van het oorspronkelijke besluit rechtvaardigden. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de salarisverhoging per 1 januari 1998 niet doorwerkt in de grondslag voor het wachtgeld en wijst het hoger beroep af.