ECLI:NL:CRVB:2005:AU4392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing te laat ingediende aanvraag WW-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant diende in 2001 een aanvraag in voor een WW-uitkering over de periode 1992-1995, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd afgewezen wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 23 van Pro de WW.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanaf 1998 herhaaldelijk contact had gezocht met het Uwv en dat hem was medegedeeld dat een statusoverzicht noodzakelijk was om een aanvraag te kunnen indienen. De Raad overwoog dat het begrip 'bijzonder geval' restrictief moet worden uitgelegd en dat niet is gebleken dat het Uwv een statusoverzicht als voorwaarde stelde voor de aanvraag.
De Raad stelde vast dat de aanvraag pas in 2001 werd ingediend, ruim na de maximale termijn van 26 weken voorafgaand aan de aanvraagdatum, en dat geen bijzondere omstandigheden waren die afwijking rechtvaardigen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Vergoeding van schade en proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor WW-uitkering wordt afgewezen wegens te late indiening zonder bijzondere omstandigheden.