ECLI:NL:CRVB:2005:AU4080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na eigen fraudeonderzoek
Appellant was sinds 1998 in dienst als beleggingsadviseur bij Staal Bank N.V. In 2000 vond hij een verscheurde orderbon die mogelijk bewijs kon zijn van fraude binnen de bank. Pas anderhalf jaar later meldde hij dit vermoeden "off the record" bij zijn leidinggevende en voerde hij zelf een onderzoek uit. Dit leidde tot zijn non-actiefstelling en later ontbinding van het dienstverband zonder vergoeding.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de WW-uitkering blijvend omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedrag het vertrouwen van de werkgever zou schaden en het dienstverband zou beëindigen.
De Raad acht de aangevoerde redenen voor de late melding en het eigen onderzoek niet overtuigend. De gedragscode van het Dutch Securities Institute verplichtte appellant niet tot zelfstandig onderzoek. Er is geen sprake van verminderde verwijtbaarheid. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WW-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.