ECLI:NL:CRVB:2005:AU3726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op kinderbijslag voor kind uit religieus huwelijk in Bangladesh
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor zijn kind Enamul, geboren uit een in Bangladesh gesloten religieus huwelijk. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, wees de aanvraag af omdat het huwelijk niet erkend wordt volgens Nederlands internationaal privaatrecht en appellant het kind niet heeft erkend of geadopteerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het religieuze huwelijk niet gelijkgesteld kan worden met een burgerlijk huwelijk in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). In hoger beroep voerde appellant aan dat hij werd gediscrimineerd, maar de Raad oordeelde dat het onderscheid objectief gerechtvaardigd is.
Daarnaast werd het recht op kinderbijslag vanaf 2000 geweigerd op grond van het exportverbod in artikel 7b van de AKW, omdat noch appellant noch het kind in Nederland woonde. De Raad bevestigde dat dit woonplaatsvereiste geen verboden discriminatie inhoudt en dat de weigering van kinderbijslag op goede gronden berust.
De Raad wees tevens op de mogelijkheid tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, wat een grond kan zijn voor kinderbijslag, maar constateerde dat appellant dit niet heeft gedaan. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en appellant kreeg geen recht op kinderbijslag noch schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant krijgt geen recht op kinderbijslag voor zijn kind uit het religieus huwelijk.