ECLI:NL:CRVB:2005:AU2795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven inkomsten
Gedaagden ontvingen bijstand van 28 oktober 1997 tot en met 31 mei 2000. Naar aanleiding van informatie van de Belastingdienst en looninformatie van verschillende werkgevers stelde appellant vast dat gedaagden niet alle inkomsten uit arbeid hadden opgegeven over diverse perioden in 1999 en 2000. Hierdoor was te veel bijstand verleend.
De rechtbank had de herzienings- en terugvorderingsbesluiten vernietigd, onder meer omdat appellant onvoldoende onderzoek zou hebben gedaan en twijfels had over de juistheid van looninformatie. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant op goede gronden heeft vastgesteld dat gedaagden hun inlichtingenplicht hebben geschonden en dat de herziening en terugvordering terecht zijn.
Gedaagden konden onvoldoende aantonen dat zij niet gehouden waren tot herziening. De Raad verwierp hun argumenten over verblijf in Turkije, onjuiste looninformatie en vermeende fouten in de loonopgaven. Ook werd het standpunt dat kosten van verwerving in mindering moesten worden gebracht niet gevolgd.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen tegen de herzieningsbesluiten ongegrond. De daarop gebaseerde besluiten van 3 maart 2004 worden eveneens vernietigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van bijstandsuitkeringen wegens niet opgegeven inkomsten worden bevestigd.