ECLI:NL:CRVB:2005:AU2501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vermogen bij terugvordering bijstand en onvolledige inlichtingen over verkoop bezittingen
Appellanten verzochten bijstand op grond van de Algemene bijstandswet, maar hun aanvraag werd afgewezen omdat zij onvolledige inlichtingen zouden hebben verstrekt over de verkoop van een boot en twee Mercedessen. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat schulden uit terugvorderingsbesluiten, waarvan het bestaan aannemelijk is, bij de vermogensvaststelling moeten worden betrokken, ook als er nog een beroepsprocedure loopt.
De Raad stelt vast dat appellanten de Mercedessen en de boot daadwerkelijk hebben verkocht, wat blijkt uit verklaringen en bankafschriften. Hierdoor behoorden deze bezittingen niet meer tot het vermogen op het moment van de bijstandsaanvraag. De rechtbank had dit niet erkend en liet ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt daarom het bestreden deel van de uitspraak en beveelt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van bijstand wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.