ECLI:NL:CRVB:2005:AU2201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 9 mei 1996 een bijstandsuitkering. Tijdens een heronderzoek bleek dat appellant als voorzitter van een stichting werkzaamheden verrichtte en daarvoor betalingen ontving op de rekening van de stichting. Appellant meldde deze inkomsten niet aan het college, wat leidde tot een herziening en intrekking van de uitkering over de periode juni 2001 tot mei 2002, terugvordering van €4.567,98 en een boete van €583.
Appellant voerde aan dat het om vrijwilligerswerk ging en dat de inkomsten onjuist waren vastgesteld, met aftrek van kosten. De Raad oordeelde echter dat de inkomsten terecht aan appellant waren toegerekend, aangezien hij over de rekening kon beschikken en ook privébetalingen via deze rekening liepen. Verrekening van kosten is volgens vaste jurisprudentie niet toegestaan.
De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenplicht uit artikel 65 Abw Pro heeft geschonden en dat de boete terecht is opgelegd. Hoewel de Abw tijdens het hoger beroep werd ingetrokken en vervangen door de WWB, die geen boetes kent, was er geen lagere sanctie voorzien, zodat de boete gehandhaafd blijft.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en intrekking, terugvordering en boete worden bevestigd.