ECLI:NL:CRVB:2005:AU0656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting door hennepteelt
Appellante ontving een bijstandsuitkering en had een professionele hennepkwekerij in een schuur achter haar woning, die op 22 oktober 2001 door de politie werd aangetroffen. Zij had dit niet gemeld aan het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven, waarmee zij haar inlichtingenverplichting schond.
Gedaagde herzag het recht op bijstand over de periode van 9 juli 2001 tot en met 21 oktober 2001 en vorderde de gemaakte kosten terug. De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellante voerde aan dat de startdatum van de kwekerij onjuist was vastgesteld en dat de rechtbank onvoldoende motiveerde waarom zij geacht werd van de kwekerij te profiteren.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs leverde over de aanvang en exploitatie van de kwekerij en dat het risico daarvan voor haar rekening komt. De Raad vond de aanname van gedaagde dat de kwekerij op 9 juli 2001 in bedrijf was niet onzorgvuldig en verwierp het verweer over irrigatiefrequentie. De intrekking en terugvordering zijn terecht en de uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting door het niet melden van een professionele hennepkwekerij.