ECLI:NL:CRVB:2005:AT8531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van indicatie en kostenvergoeding bij aanvraag AWBZ-zorg en redelijke termijn
Appellant heeft aanvragen ingediend voor gespecialiseerde verzorging en huishoudelijke verzorging op grond van de AWBZ. Diverse bezwaren en beroepen werden ingesteld tegen besluiten en het niet tijdig beslissen op deze aanvragen en bezwaren.
De rechtbank verklaarde enkele beroepen niet-ontvankelijk of ongegrond, en veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten en griffierecht in een van de zaken. Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat de besluitvorming onzorgvuldig was, dat de indicatie onjuist was vastgesteld, dat de indicatie niet met terugwerkende kracht was toegekend, en dat de redelijke termijn was overschreden.
De Raad oordeelt dat de besluitvorming zorgvuldig is verlopen, dat de indicatie passend is vastgesteld op klasse 2 voor huishoudelijke verzorging, en dat er geen sprake is van schending van de redelijke termijn. Wel vernietigt de Raad het besluit waarin de vergoeding van kosten van de behandeling van het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 9 december 2002 is afgewezen. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Hiermee zijn alle bezwaar- en beroepsprocedures omtrent de aanvragen definitief afgerond. De Raad verklaart diverse beroepen niet-ontvankelijk en bevestigt eerdere uitspraken waar van toepassing.
Uitkomst: Het beroep tegen nader besluit 3 wordt gegrond verklaard en gedaagde wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, met overige beroepen niet-ontvankelijk verklaard.