ECLI:NL:CRVB:2005:AT8458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en terugvordering
Appellante ontving een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente Amsterdam een onderzoek naar mogelijke gezamenlijke huishouding met haar partner, wat gevolgen had voor de rechtmatigheid van de uitkering.
De Sociale Recherche stelde vast dat appellante en haar partner vanaf 1 december 1996 tot 30 juni 2000 een gezamenlijke huishouding voerden, maar onvoldoende bewijs bestond voor het tijdvak van 1 april 1996 tot 1 december 1996. De uitkering werd over het eerste tijdvak ten onrechte ingetrokken en teruggevorderd, terwijl de intrekking en terugvordering over het tweede tijdvak terecht waren.
Appellante voerde aan dat haar partner geen inkomsten had uit handel in XTC-tabletten, maar dit werd niet concreet onderbouwd. De Raad oordeelde dat de gemeente terecht de bijstand over het tweede tijdvak terugvorderde. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het bezwaar ongegrond verklaard en de gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering over 1 april 1996 tot 1 december 1996 worden vernietigd, de intrekking en terugvordering over 1 december 1996 tot 30 juni 2000 bevestigd, en de gemeente wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.