ECLI:NL:CRVB:2005:AT6391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks arbeidskundige bezwaren appellant
Appellant, werkzaam in de rozenteelt, viel uit wegens gewrichtsklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Na bezwaar en beroep werd het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) bevestigd, ondanks dat de rechtbank Rotterdam eerder het bezwaarbesluit vernietigde wegens onvoldoende arbeidskundige motivering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische bezwaren reeds in eerdere procedures waren afgewezen en niet opnieuw aan de orde konden komen. De Raad beoordeelde de arbeidskundige rapporten en concludeerde dat de geduide functies samensteller, inpakster koekjes en confectienaaister passend waren binnen de beperkingen van appellant.
De Raad verwierp de bezwaren over hand- en vingergebruik en reiken, en stelde vast dat appellant de functies kon vervullen met inachtneming van zijn beperkingen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, met een verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het beroep van appellant ongegrond.