ECLI:NL:CRVB:2005:AT6375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering te veel betaalde bijstandsuitkering wegens gewijzigde gezinsomstandigheden
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Na het 18e levensjaar van haar dochter werd de uitkering herzien naar de norm voor een alleenstaande, met een toeslag op basis van het inkomen van haar dochter. Gedaagde vorderde terugbetaling van te veel betaalde bijstand over de periode januari tot juli 1999, waarbij onjuist artikel 81, tweede lid, Abw werd toegepast.
De Raad oordeelt dat de terugvordering op grond van artikel 81, eerste lid, Abw had moeten plaatsvinden omdat sprake was van een herzieningsbesluit dat het recht op bijstand verminderde. De Raad constateert dat de bezwaarfase en procedures in eerste aanleg en hoger beroep ruim vijf jaar duurden, wat een schending van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro oplevert.
Ondanks de termijnoverschrijding blijft de terugvordering wettelijk verplicht. Het besluit van 4 april 2000 wordt vernietigd omdat het onjuist was gebaseerd op artikel 81, tweede lid, Abw. De Raad veroordeelt gedaagde in de proceskosten en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 4 april 2000 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.