ECLI:NL:CRVB:2005:AT6120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens niet naar vermogen trachten arbeid te verkrijgen met recidive
Appellant ontvangt een bijstandsuitkering en heeft meerdere malen een maatregel opgelegd gekregen wegens het niet naar vermogen trachten arbeid in loondienst te verkrijgen. Na eerdere maatregelen in 1999 en 2000 werd in 2001 opnieuw een maatregel van 20% gedurende twee maanden opgelegd vanwege herhaling binnen 36 maanden.
De Raad stelt vast dat appellant in de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 geen sollicitaties heeft verricht, ondanks een afgewezen aanvraag voor een andere uitkering. De Raad oordeelt dat dit een verwijtbare gedraging is en dat de opgelegde maatregel proportioneel is, gelet op de ernst en recidive.
De Raad wijst het beroep van appellant af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt het verzoek tot schadevergoeding afgewezen en ziet de Raad geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Uitkomst: De opgelegde maatregel van 20% gedurende twee maanden wegens het niet naar vermogen trachten arbeid te verkrijgen wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.