ECLI:NL:CRVB:2005:AT5760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid en salarisgarantie bij specifieke arbeid
Appellant, voormalig boekhouder, ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, vastgesteld na een gedeeltelijke hervatting van zijn werk. Na een herziening door het UWV werd de uitkering aangepast naar 80-100% en later weer terug naar 15-25%, zonder aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit, maar wees het beroep tegen het tweede besluit af. In hoger beroep betwistte appellant de medische en arbeidskundige onderbouwing van de herziening. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling standhield, maar dat de arbeidskundige beoordeling onjuist was vanwege het ontbreken van onderzoek naar de beschikbaarheid van soortgelijke arbeid met gelijke belasting en beloning op de arbeidsmarkt.
De Raad stelde vast dat appellant een salarisgarantie had ontvangen die een uitzonderlijke situatie creëerde, waardoor de hoofdregel van geschiktheid voor maatmanarbeid niet zonder meer toepasbaar was. Omdat het UWV geen onderzoek had gedaan naar de beloning van vergelijkbare functies bij andere werkgevers, kon het besluit niet in stand blijven. De Raad vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar, waarbij ook de proceskosten van appellant werden toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering per 4 oktober 2000 wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.