ECLI:NL:CRVB:2005:AT5741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging terugvordering bijstand wegens ontbreken gezamenlijke huishouding
Appellant, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, vorderde terugvordering van bijstandskosten van gedaagde op grond van het vermoeden dat gedaagde met de bijstandsgerechtigde een gezamenlijke huishouding voerde. Dit leidde tot een besluit tot terugvordering van ruim f 26.000.
De rechtbank Arnhem vernietigde dit besluit omdat niet was komen vast te staan dat de bijstand onterecht was verleend volgens de norm voor een alleenstaande ouder. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat voor terugvordering op grond van artikel 84, tweede lid, van de Algemene bijstandswet vereist is dat gedaagde met de bijstandsgerechtigde een gezamenlijke huishouding voert. Uit de aan de zaak verbonden uitspraak bleek dat dit vereiste niet was vervuld.
Daarom bevestigde de Raad de vernietiging van het besluit tot terugvordering jegens gedaagde en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde. Tevens werd een griffierecht opgelegd aan de gemeente Ede. De uitspraak benadrukt het belang van de juiste toepassing van het begrip gezamenlijke huishouding bij terugvorderingen in het kader van de bijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het terugvorderingsbesluit jegens gedaagde wegens het ontbreken van een gezamenlijke huishouding.