ECLI:NL:CRVB:2005:AT4446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en overschrijding vermogensgrens
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering volgens de Algemene bijstandswet (Abw). Zij schonden de inlichtingenverplichting door niet tijdig melding te maken van de aankoop van een auto ter waarde van 38.000 gulden, waardoor zij de vermogensgrens overschreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad stelt vast dat de auto niet correct is gewaardeerd en dat een opgevoerde schuld niet aannemelijk is gemaakt.
De Raad oordeelt dat appellanten ten tijde van de bijstand beschikten over een vermogen boven de toegestane grens, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De intrekking van de bijstand over de periode van 28 april 2000 tot 12 december 2000 is daarom terecht. Ook de terugvordering van de bijstandskosten over deze periode is gegrond.
De Raad vernietigt het besluit van 28 februari 2002 voor zover het ziet op de intrekking van het recht op bijstand, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente Waalwijk in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellanten wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand vernietigd, met inachtneming van terugvordering en proceskostenveroordeling.