ECLI:NL:CRVB:2005:AT3785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste inkomstenopgave
Appellante ontving vanaf juni 1999 een bijstandsuitkering waarbij rekening werd gehouden met haar inkomsten. Gedaagde herzag het recht op uitkering over juni 1999 tot mei 2000 en vorderde terugbetaling wegens onjuiste inkomstenopgave. Het bezwaar van appellante werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Appellante stelde later een verzoek tot terugkomen op het besluit, maar dit werd ten onrechte als nieuw bezwaar aangemerkt en niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vernietigt dit besluit en bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen op het verzoek.
Verder was het onjuist dat gedaagde de inkomsten over juni tot oktober 2000 niet correct verrekende, wat leidde tot een te hoge uitkering. De Raad oordeelt dat herziening en terugvordering terecht zijn en dat geen dringende redenen bestaan om hiervan af te zien. De berekening van het terug te vorderen bedrag is voldoende inzichtelijk gemaakt. De Raad veroordeelt gedaagde tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar vernietigd; de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.