ECLI:NL:CRVB:2005:AT3119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-naleving zorgvuldigheidsvereiste vernietigd
Appellante maakte bezwaar tegen de beëindiging van haar bijstandsuitkering per 1 augustus 1999. Gedaagde stelde haar meerdere malen termijnen voor het indienen van de bezwaarschriftgronden en verleende uitstel. Bij de laatste termijn werd echter niet gewezen op de mogelijkheid van niet-ontvankelijkverklaring bij overschrijding daarvan. Desondanks verklaarde gedaagde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de gronden binnen de gestelde termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep uiteindelijk ongegrond, stellende dat gedaagde terecht gebruik had gemaakt van de bevoegdheid tot niet-ontvankelijkverklaring. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Raad oordeelde ambtshalve dat het zorgvuldigheidsvereiste niet was nageleefd omdat bij de laatste termijn niet was gewezen op de consequenties van overschrijding.
Daarmee was gedaagde niet bevoegd om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat gedaagde binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd en gedaagde moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.