ECLI:NL:CRVB:2005:AT3112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering teveel verstrekte bijstand inclusief loonbelasting en premies
Appellant ontving bijstand vanaf 1994, waarvan een deel direct aan het pension werd betaald. Na melding van detentie in 1997 trok de gemeente de uitkering met terugwerkende kracht in en startte een terugvordering van teveel ontvangen bijstand inclusief loonbelasting en premies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het bruto bedrag teruggevorderd moest worden, mede omdat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door detentie en verblijfplaats niet tijdig te melden. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de gemeente nalatig was door het besluit niet tijdig aan de curator te sturen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank wegens het over het hoofd zien van twee nadere besluiten en verklaarde het beroep tegen deze besluiten niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het laatste besluit van 10 juni 2002 werd ongegrond verklaard omdat de terugvordering van het bruto bedrag rechtmatig is en geen dringende redenen voor kwijtschelding aanwezig zijn.
De Raad veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen eerdere besluiten wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het laatste besluit wordt ongegrond verklaard, waarbij terugvordering van het bruto bedrag wordt bevestigd.