ECLI:NL:CRVB:2005:AT1576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bruto WAO-uitkering wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant ontving vanaf juni 1997 een WAO-uitkering die later werd herzien en ingetrokken vanwege hervatting van werk. Gedaagde (UWV) vorderde in 2000 terugbetaling van teveel betaalde uitkeringen, deels bruto, wat appellant betwistte vanwege belastingschade en trage besluitvorming.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de terugvordering van het bruto bedrag terecht is vanwege afgesloten fiscale boekjaar en wettelijke verplichting tot terugvordering. Belastingschade vormt geen dringende reden om terugvordering te voorkomen.
De Raad stelt vast dat de procedure ruim vier jaar en negen maanden duurde, waarbij de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro is overschreden. De trage besluitvorming door gedaagde belemmerde appellant in zijn recht op een spoedige berechting. De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 6 EVRM Pro, laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van bruto WAO-uitkering wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn; rechtsgevolgen blijven in stand en UWV wordt veroordeeld in proceskosten.