ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugvorderingsbesluit en afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Betrokkene ontving vanaf 1 augustus 1991 een uitkering op grond van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. Bij besluit van 20 januari 1994 werd de uitkering met terugwerkende kracht per 1 oktober 1992 vervallen verklaard en werd aangekondigd dat de te veel betaalde bedragen zouden worden teruggevorderd. De hoogte van deze terugvordering werd later verhoogd tot f 38.704,46, maar betrokkene betwistte dit bedrag en stelde dat zij niet akkoord ging met enige terugvordering.
Na diverse procedures en bezwaren stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het oorspronkelijke terugvorderingsbesluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het bedrag van f 18.543,76 onjuist was berekend. De Raad stelde het terug te vorderen bedrag vast op € 5.143,13 (f 11.333,96 bruto). Tevens oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor het nemen van een besluit op bezwaar was overschreden, maar dat dit geen aanleiding gaf tot een geldelijke vergoeding wegens immateriële schade, mede omdat betrokkene het bedrag jarenlang onder zich had gehouden.
De Raad vernietigde het besluit van 18 juni 2004 en herroept het besluit van 20 oktober 1994 voor zover het betrekking heeft op het onjuiste bedrag. De terugvordering wordt vastgesteld op € 5.143,13. Daarnaast veroordeelde de Raad de Staat tot betaling van proceskosten van € 1.012,35 aan betrokkene.
Uitkomst: Het terugvorderingsbedrag wordt vastgesteld op € 5.143,13 en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.