ECLI:NL:RBALK:2012:BX3738
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in belastinggeschil
Eiser verzocht de rechtbank om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in twee belastinggerelateerde procedures (zaaknummers 09/769 en 09/1136). De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn inderdaad was overschreden, met respectievelijk een jaar en een maand en bijna een jaar. De overschrijding betrof zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase, waarbij de bestuursfase tijdig was afgerond, maar de rechterlijke fase te lang duurde.
Eiser voerde aan dat de Raad voor de Rechtspraak niet gemachtigd was om namens de Staat op te treden en dat diverse internationale verdragsbepalingen waren geschonden. De rechtbank verwierp deze stellingen en verwees naar jurisprudentie waarin belastinggeschillen buiten het bereik van artikel 6 EVRM Pro vallen. Tevens werd geoordeeld dat het splitsen van de hoofdzaak en schadestaatprocedure niet in strijd is met het Europese recht.
Hoewel de rechtbank erkende dat de redelijke termijn was overschreden en dat dit spanning en frustratie kan veroorzaken die immateriële schade rechtvaardigen, vond zij dat het geringe financiële belang van eiser voldoende compenseert voor de vertraging. Daarom wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt afgewezen vanwege gering financieel belang.