ECLI:NL:CRVB:2005:AS3041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid
Appellante en haar echtgenoot ontvingen gedurende een periode bijstandsuitkering, berekend naar de norm voor gehuwden. Naar aanleiding van een belastingsignaal stelde de Afdeling Bijzondere Onderzoeken een onderzoek in waaruit bleek dat de echtgenoot in de periode van 1 juli 1999 tot en met 31 januari 2000 werkzaamheden verrichtte en inkomsten genoot zonder dit te melden.
Op grond hiervan trok de gemeente Rotterdam de bijstandsuitkering in en vorderde de onverschuldigd betaalde bijstand terug. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering en het niet meewegen van persoonlijke omstandigheden. De gemeente nam daarop een nieuw besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de echtgenoot zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat appellante als gehuwde hiervoor aansprakelijk is. De persoonlijke omstandigheden van appellante en haar echtgenoot vormen geen dringende reden om af te zien van intrekking en terugvordering. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar tegen het nieuwe besluit ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.