ECLI:NL:CRVB:2005:AS1890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vernietiging bezwaarbesluit intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) als alleenstaande. Gedaagde trok de uitkering in vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner die over voldoende middelen beschikte. De besluiten tot intrekking werden niet bestreden en zijn in rechte onaantastbaar.
Appellante verzocht later herziening van deze besluiten, maar dit werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit omdat appellante niet was gehoord, maar liet de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand omdat appellante daardoor niet in haar belangen was geschaad.
In hoger beroep betwist appellante dat de rechtsgevolgen in stand kunnen blijven. De Raad oordeelt dat gedaagde terecht het bezwaar heeft afgewezen en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. De rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit blijven daarom terecht gehandhaafd.
De Raad bevestigt de uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering terecht in stand zijn gelaten.