ECLI:NL:CRVB:2004:AZ3174
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
Opposanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn van zes weken. Tegen deze beslissing is verzet ingesteld.
De Raad onderzocht de authenticiteit van het bewijs van aangetekende verzending en stelde vast dat het beroepschrift op 10 december 2002 ter post is aangeboden, maar pas op 6 januari 2003 bij de Raad is ontvangen, wat meer dan een week na afloop van de termijn is.
Volgens artikel 6:9, tweede lid, van de Awb geldt dat een beroepschrift tijdig is ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn wordt ontvangen. De Raad oordeelde dat de vertraging niet verschoonbaar is, omdat het risico van vertraging bij opposanten ligt. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.