ECLI:NL:CRVB:2004:AR9232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen mededeling over terugbetaling overbruggingsuitkering
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die hun beroep tegen een mededeling van het College van burgemeester en wethouders van Zeist niet-ontvankelijk verklaarde. Het ging om een mededeling dat een in april 2000 verstrekte overbruggingsuitkering bij beëindiging van de bijstand terugbetaald moet worden.
De Raad stelt vast dat het oorspronkelijke besluit van 4 april 2000 waarin de overbruggingsuitkering werd toegekend, onherroepelijk is geworden. De mededeling in het latere besluit van 9 november 2001 betreft geen nieuwe rechtshandeling, maar herinnert appellanten aan de reeds bestaande terugbetalingsverplichting uit de leningvorm van de uitkering.
Appellanten voerden aan dat een schuldsaneringsregeling het oorspronkelijke besluit zou hebben gewijzigd, maar de Raad verwerpt dit standpunt. Ook de opmerkingen van de rechtbank ter voorlichting zijn niet bindend en behoeven geen verdere bespreking.
De Raad concludeert dat de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de mededeling over terugbetaling van de overbruggingsuitkering is terecht niet-ontvankelijk verklaard.