ECLI:NL:CRVB:2004:AR8461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens vermeende schending inlichtingenplicht niet gerechtvaardigd
Appellanten ontvingen vanaf december 2000 een bijstandsuitkering met een korting vanwege het delen van kosten en toestemming voor semi-zelfstandige activiteiten. Na een controle door de douane ontstond het vermoeden dat appellanten meer inkomsten uit vogelhandel hadden dan opgegeven. Dit leidde tot een onderzoek door het Buro Sociale Recherche en beëindiging van de uitkering per 1 juli 2001 wegens vermeende onjuiste en onvoldoende informatie.
Appellanten verzochten ook bijzondere bijstand voor kosten van rechtshulp, een bril en reiskosten, welke werden afgewezen op dezelfde grond. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de bewijslast voor onjuiste informatie onvoldoende is. De verklaringen van appellanten zijn consistent en ondersteund door financiële overzichten. De getuigenverklaringen die het tegendeel zouden bewijzen zijn onbetrouwbaar en tegenstrijdig.
De Raad stelt vast dat de besluiten van 8 en 15 januari 2002 berusten op een onjuiste feitelijke grondslag en vernietigt deze. De Raad beveelt dat nieuwe besluiten worden genomen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente Dongeradeel tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten tot beëindiging van de bijstandsuitkering en afwijzing van bijzondere bijstand wegens onvoldoende bewijs en beveelt nieuwe besluitvorming.