ECLI:NL:CRVB:2004:AR7381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor tandartskosten na behandeling
Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van een tandheelkundige behandeling nadat deze al had plaatsgevonden. Het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wees de aanvraag af omdat de aanvraag niet voorafgaand aan de behandeling was ingediend, waardoor de noodzaak niet meer kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 67 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) bijstand op schriftelijke aanvraag wordt verleend en dat in beginsel geen bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
In deze zaak was niet gebleken dat appellant voorafgaand aan de behandeling een aanvraag had ingediend of bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een uitzondering konden rechtvaardigen. Bovendien had appellant in het verleden wel steeds voorafgaand aan behandelingen bijzondere bijstand aangevraagd. Daarom bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor tandartskosten na behandeling wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.