ECLI:NL:CRVB:2004:AR6522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering en oplegging boete wegens schending inlichtingenverplichting bij betrokkenheid hennepkwekerij
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder. Na waarnemingen van de politie en een huiszoeking in haar woning waarbij een hennepkwekerij werd aangetroffen, stelde de gemeente Arnhem een onderzoek in. Op basis daarvan werd de bijstand over de periode van 6 oktober tot 14 december 1999 ingetrokken en teruggevorderd, en een boete opgelegd wegens het niet melden van inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. De Raad oordeelt dat appellante betrokken was bij de hennepkwekerij en daarmee haar inlichtingenverplichting schond. De precieze inkomsten konden niet worden vastgesteld, waardoor intrekking en terugvordering van de bijstand gerechtvaardigd zijn.
De Raad stelt vast dat de boete terecht is opgelegd conform de geldende wettelijke bepalingen, en dat er geen dringende redenen zijn om hiervan af te zien. De Raad bevestigt het eerdere vonnis en ziet geen aanleiding tot het toewijzen van proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de oplegging van een boete wegens schending van de inlichtingenverplichting.