ECLI:NL:CRVB:2004:AR6066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over woonkostentoeslag en proceskostenvergoeding in bijstandszaak
Appellante ontving algemene bijstand en een woonkostentoeslag van de gemeente Maastricht, waarbij een korting van 15% werd toegepast wegens het ontbreken van woonlasten in een bepaalde periode. De woonkostentoeslag werd toegekend voor maximaal één jaar met de voorwaarde dat zij passende woonruimte zou zoeken. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en verzocht tevens om vergoeding van de kosten van bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de korting van 15% terecht is toegepast omdat appellante geen woonlasten aannemelijk heeft gemaakt. De Raad bevestigt dat de kwaliteitskorting in de woonkostentoeslag niet ongedaan hoeft te worden gemaakt, omdat dit beleid aansluit bij de Huursubsidiewet en er geen bijzondere omstandigheden zijn die afwijking rechtvaardigen.
De voorwaarde om binnen een jaar passende woonruimte te zoeken is komen te vervallen, waardoor appellante geen belang meer heeft bij dit onderdeel van het hoger beroep. Ten aanzien van de proceskosten in bezwaar oordeelt de Raad dat deze ten onrechte niet zijn vergoed, omdat het bezwaar deels gegrond is verklaard en het besluit herroepen wegens een aan de gemeente te wijten onrechtmatigheid. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor de weigering van proceskostenvergoeding en de gemeente veroordeeld tot betaling van proceskosten.